Soms is er een blinde vlek in een sector waarvan je dat niet verwacht. Gewoon doordat een bepaalde beroepsgroep van nature aansluit op het braafste jongetje of meisje van de klas.
Neem nou een accountant. De business daar bestaat uit het adviseren en controleren over hoe bedrijven rechtsregels al dan niet naleven. Accountancy kent in Nederland grofweg drie categorieën. De hoogste categorie, die de braafste medewerkers vraagt, doet wettelijke controles zoals bij beursgenoteerde bedrijven.
De middenmoot in de accountancy doet lichtere controles en geeft advies. Daaronder zit categorie drie, vol adviseren en boekhouden door mensen die men in de volksmond wel ‘mijn accountant’ noemt, maar die niets meer doen dan boekhouden. Zeg maar zoals bij een verschil tussen juristen en advocaten, de eerste term is onbeschermd de tweede is dat wel en dat laatste geeft wat houvast.
Ik lees een stukje over een groep echte accountants. Zij spreken bij examenfraude over ‘een blinde vlek in de beroepsgroep’. Zelfkritiek is zinvol en ook wel mooi als je minder slecht scoort dan de grootste concullega’s uit de hoogste categorie. Die heetten in de accountancy ooit de Big Five, maar door serieuze missers rond fraude zijn dat er nu nog four. Ik lees over die examenfraude waarin vragen en antwoorden gedeeld zijn door toch niet zo heel erg brave accountants ‘van de hevigheid die bij big four-kantoren is aangetroffen, staat ver af van wat wij bij ons binnenshuis hebben geconstateerd’.
Braaf – Doeneke wil ’t proberen!